Het badminton-geheim van China….. (Richard de Visch Eijbergen); 12-05-07
Eind maart 2007 heb ik voor mijn werk een weekje doorgebracht in Shanghai. Deze stad is zusterstad van Rotterdam en het was nu tijd voor het uitwisselen van kennis en ervaringen op het gebied van sport, financiën en automatisering. Ook al ging ik voor de laatste twee mee, ik heb ook gesproken met Chinese collega’s uit de sportwereld.
Nu ik er toch was, ging ik op zoek naar het geheim van de vele Chinese spelers die de wereldtop op badmintongebied domineren. En dat niet alleen dit jaar, maar al een aantal jaren. Ik zocht antwoord op de vraag hoe Chinezen (lees: bond en trainers) aankijken tegen de ontwikkeling van topspelers en tegen de manier hoe we in Europa met topsport omgaan.
De persoonlijke ontwikkeling van een speler
De Chinezen hebben een drang om alles onder controle te hebben. Alles was tijdens het bezoek tot op de puntjes geregeld. Een pluspunt is dat je weet waar je aan toe bent: een helder programma met een tijdschema waar strak aan gehouden wordt. Er zijn ook wat minpuntjes hieraan: echt flexibel wordt er niet gewerkt. Zo moest ik bijna hemel en aarde bewegen om even aan te schuiven bij de sportdelegatie.
Deze drang om niets aan het toeval over te laten zie je terug in de sport. Al bij jongere kinderen wordt er geselecteerd op aanleg voor een bepaalde sport. De keuze van de sport begint dus met waar de kinderen goed in kunnen worden. Een andere keuze is er niet, in ieder geval niet met faciliteiten.
Chinezen geloven dat de eerste stap naar persoonlijke prestaties bestaat uit erg veel bloed, zweet en tranen. De trainingen bestaan uit veel herhalingen van wat wij saaie oefeningen zouden vinden. Dit gebeurt wel in een enorm inzet, tempo en duur. Ook worden er in verhouding veel wedstrijden tijdens trainingen gespeeld. Van een speler die het niet redt wordt tamelijk eenvoudig afscheid genomen. Helderheid voor alles, namelijk.
De lat ligt hierbij hoog, soms zelfs extreem hoog: een hoge service moet op de achterlijn vallen, een drop moet langs het net scheren, een smash moet een punt zijn.
Al deze trainingsarbeid heeft natuurlijk een doel: het krijgen van meer dan voldoende basisvaardigheden.
Zoals het woord ‘basisvaardigheid’ al aangeeft: je bent er dan dus nog niet. Het is alleen de noodzakelijke basis om te presteren. Tijdens wedstrijden moeten spelers op een ander niveau presteren: zij moeten zich volledig richten op de wedstrijd en het bestrijden van de tegenstander. Alle andere gedachten, bijvoorbeeld over de manier waarop je een slag uitvoert, je stappen zet of je basis verlegt leiden allemaal af van de wedstrijd. Niet handig, kan je alleen last van hebben. Een speler moet tijdens de wedstrijd ook niet aan randgebeuren denken: een tegenspeler die irriteert, de kans dat je de wedstrijd met nog drie punten hebt gewonnen of (nog erger) de kans dat je de partij met nog drie punten verliest.
Het verhaal doet vermoeden dat de training erop gericht is om spelers de wedstrijden ‘op gevoel’, zeg maar intuïtief te laten spelen.
Het rare is dat Chinese spelers tijdens wedstrijden creatief en onvoorspelbaar kunnen zijn, terwijl ze tijdens trainingen vooral standaard-oefeningen afwerken. Chinese spelers zie je in wedstrijden regelmatig van tactiek veranderen. Dat zie je bij tafeltennis en ook bij badminton.
Het bestrijden van je tegenstander moet bijna letterlijk worden opgevat. Daar waar wij westerlingen het misleiden van je tegenstander soms zien als onsportief, vinden Chinezen het misleiden juist slim. Een standaard-werk dat ook bij ons in de boekwinkels te koop is, is ‘ De kunst van het oorlogvoeren’, twee duizend jaar geleden geschreven door Tzu Sun. het oorlogvoeren moet weer niet al te letterlijk worden genomen. Voor een wedstrijd tegen een Chinese speler zijn echt geen body guards nodig.
Het geheim
Ik was op zoek naar het geheim en de grap is dat er eigenlijk geen geheim is.
Wat kunnen we leren van de Chinese aanpak? Ik denk zelf niet eens zo veel nieuwe dingen. Dat je heel hard moet werken, wil je de top bereiken dat wisten we al. We wisten ook al dat de concurrentie onder de Chinese jeugd heel erg groot is.
Wat ik niet geloof is dat het zonder meer kopiëren van de Chinese aanpak hier kan werken. Bettine Vriesekoop vertelde in haar boek ‘Bij de Chinees’ dat menig Europese tafeltennis-topper slechter presteerde na een langere trainingsstage in China. Zij denkt dat dit komt omdat zelfs deze toppers de basisvaardigheden nog niet hadden. Ook de compleet andere benadering, waarmee vooral tafeltennis-robots worden gemaakt, zorgt niet altijd tot betere resultaten door een westerse speler/speelster.
Niet gehinderd door enige formele opleiding op dit gebied, zie ik dat het onze kinderen vaak niet lukt om op de baan te laten zien wat zij kunnen. Dat zij in beslag worden gehouden met andere gedachten die afleiden van datgene waarmee ze op dat moment bezig zijn, namelijk een wedstrijd spelen. Mijn Chinese collega’s vinden de mate waarin je je kan concentreren een van de belangrijkste dingen die je succes bepaalt. Ik ben dat met hen eens.
Dat de Chinese benadering leidt tot internationale topprestaties bewijst alleen dat deze aanpak bij een aantal spelers succes oplevert. De kans dat uit zo’n grote groep spelers toppers komen is natuurlijk groot. Maar het bewijst naar mijn mening niet dat een andere, meer persoonlijke benadering niet tot evenveel resultaat leidt.
Wat ik zeker weet, is dat China zich opmaakt voor een groot aantal gouden medailles voor badminton tijdens de Olympische Spelen 2008 in Beijing. De voetbalwedstrijden worden niet in Beijing gespeeld, maar in Shanghai. Ik denk dat het dan wel weer tijd is om naar zusterstad Shanghai te gaan!
Samengevat: Het geheim…………….er is geen geheim!
Noot redactie: Richard de Visch Eijbergen is de vader van Soraya. Richard bedankt voor je meer dan interessante weergave van je belevenissen in China.
Geen killersinstinct (Toon Gerbrands)
Topsport kenmerkt zich door winnen en verliezen. Om te willen winnen moet je trainen én bepaalde persoonlijkheidseigenschappen hebben. Vooral bij dit tweede punt liggen de zwakheden van de Nederlander. Vraag het aan buitenlandse coaches die in Nederland werken en we worden keihard met de feiten geconfronteerd.
In een artikel gaven zij een aantal typeringen van de Nederlandse topsporter: Nederlanders hebben geen killersinstinct, ze durven nooit ergens voor de volle honderd procent achter te staan, ze durven niet uit te stralen dat zij goed zijn, en ze relativeren en discussiëren heel veel.
Tot zover de ervaringen van de buitenlandse coaches. Het zijn veel herkenbare zaken. Immers als een Nederlandse topsporter roept dat hij wereldkampioen gaat worden, wordt dat als arrogant gezien. De pers zal deze topsporter in dat geval zeker tot op het bot fileren. In Amerika is het heel normaal als je roept dat je de Olympische Spelen wilt halen en daar gaat strijden voor een gouden medaille. In dat land wordt falen gezien als de volgende stap naar succes. De meeste Nederlandse topsporters beëindigen gedesillusioneerd hun carrière. Tot in het bejaardenhuis wordt deze uiteindelijk traumatische ervaring meegenomen.
Winnen is een houding, die intrinsiek in een sporter moet zitten. Een echte winnaar veegt ook zijn neefje van vier van het dambord. Winnen doe je altijd en niet alleen wanneer het uitkomt. Deze benadering zal veel weerstand oproepen in de 'normale' maatschappij. Immers in de 'normale' maatschappij gelden heel andere waarden, die ver afstaan van de principes van winnen, zoals: compassie, consensus, voorzichtigheid en begrip voor elkaar. Een winnaar kan hier niks mee.
Om te kunnen presteren moet je de grenzen durven te zoeken. Het vervelende hiervan is dat de negatieve kanten van deze benadering niet door de maatschappij worden geaccepteerd. We willen wel de plussen zien, zoals passie en doorzettingsvermogen, maar de minnen accepteren we niet. Een echte winnaar zal namelijk ook wel eens gedrag vertonen dat de grens overschrijdt, zoals het beïnvloeden van een scheidsrechter, het uitschelden van medespelers of egoïstisch en soms asociaal gedrag. Deze minnen krijg je cadeau bij de plussen van een intrinsiek gemotiveerde winnaar.
Als je de Nederlandse bevolking uitzet in een grafiek volgens het principe van de zogenaamde Gausskromme, dan bevinden topsporters zich aan de zijkant. Dit betekent dat ze niet behoren tot de gemiddelde afspiegeling van de bevolking en slechts in beperkte mate zijn te vinden. Zoek je een topsporter met winnaarinstelling, dan wordt de zoektocht nog beroerder. Een intrinsiek gemotiveerde winnaar zal zeldzaam zijn in Nederland. Voeg daarbij de negatieve eigenschappen die bij dergelijke sporters horen en het is duidelijk dat de Nederlandse samenleving hen niet kan begrijpen.
Een componist wordt meestal pas na zijn dood gewaardeerd. Een winnaar valt deze eer zelfs niet te beurt. Een man als Edgar Davids valt in deze categorie; bij AZ denk ik zelfs aan Barry van Galen, over wie iedereen een mening heeft. Ik ken slechts één winnaar, die ook nog als positief door de Nederlanders wordt ervaren, en dat is Pieter van den Hoogenband. Voor hem is op de Gausskromme zelfs geen plaats. Maar ook voor hem dreigt de hoon, als hij een keer geen tijd heeft om een handtekening te zetten. Nederlanders begrijpen de winnaar niet!
* Toon Gerbrands speelde lange tijd een hoofdrol in de top van het nationale mannenvolleybal, als clubcoach en als bondscoach. Ook op het gebied van topsportmanagement heeft hij ervaring opgebouwd, met zijn werk als directeur van de DSB schaatsploeg en als directeur algemene zaken van voetbalclub AZ.

Uitleg van de dynaband oefeningen
Voorbeeld van een kracht/coordinatie training
1 a 2x per week het onderstaande programma thuis uitvoeren (afhankelijk van de inhoud van de rest van je trainingsweek, dus te overleggen met je trainer)
Beenspieren
3 series, 20 herhalingen kniebuigen
3 series, 15 herhalingen uitvalpas (links en rechts)
3 series, 12 herhalingen, hurksprongen
Rompspieren
3 series, 25 herhalingen, rechte crunch (buikspieren)
3 series, 20 herhalingen, schuine crunch
3x20 seconden "planken" (steunen op ellebogen en tenen)
3 series, 10 herhalingen, super(wo)man
Snelheid (agility oefeningen)
voeten voor-voor achter-achter, 3 series van 15 seconden
twee voeten voor achter springen, 3 series van 15 seconden
snelle wisselsprong, 3 series van 15 seconden
jumping-jacks, 3 series van 15 seconden
Armen
3 series opdrukken, 70% van het maximum aantal herhalingen dat je zelf kunt
De exacte inhoud van bovenstaande training is afhankelijk van leeftijd, getraindheid, motivatie, doelgroep. Dus niet zomaar kopieren, maar nadenken over de doelstelling van de training.
Inzet
Het lijkt een herhaling en dat is het eigenlijk ook. Eén van de voorwaarden om topsporter te kunnen zijn en blijven is: leven voor je sport. Voor jeugdspelers valt dat niet altijd mee, want ze moeten ook nog naar school, en hebben ook nog te maken met andere hobby's, vrienden en vriendinnen. Toch komen topspelers op jonge leeftijd al snel voor een keuze te staan (vaak samen met de ouders): Wil ik alles er uit halen en wat moet ik daar dan voor doen en voor laten. Enkele eisen:
- hard trainen
- adviezen van je trainer opvolgen
- tijd nemen voor je studie, maar er ook rekening mee houden dat topsport niet altijd samengaat met topstudie (alhoewel er een heel aantal topsporters zijn die ook een topstudie hebben afgerond of die de studie nog volgen)
- tijd nemen voor andere hobby's, maar niet ten koste van je "topsport". Goed overleg met jezelf, je trainer en je ouders kan helpen om een goede balans te vinden. Af en toe iets anders dan je eigen sport, kan de "geest" fris houden.
- topsport kost tijd: rusten, trainen, reizen, wedstrijden in competitie en toernooien, etc. Al op jonge leeftijd ben je gauw 5-6 dagen op de een of andere wijze met badminton bezig. Topsporter wordt je ook niet wanneer je maar 3-4 dagen met je sport bezig bent, althans: geen wereldtopper. Overleg met je trainer hoe je je traingstijden en -momenten zo goed mogelijk kunt invullen.
- Tenslotte: baantraining moet leuk zijn (mag je eisen van je trainer), maar moet wel gericht zijn op het steeds beter worden en willen worden. Dat betekent dat je tijdens de training de concentratie op moet kunnen brengen om 100% te kunnen presteren/trainen. Op het TTC en JTC in Geldorp wordt hierop het komende seizoen strakker en strenger geselecteerd.
Kortom: Topsport kost je iets, maar je krijgt er ook heel veel voor terug. En het kan toch ook niet zo zijn dat we straks alleen nog maar spelers naar Nederland gaan halen die voor ons op de Olympische Spelen hun best doen, we hebben toch zelf ook voldoende talent en motivatie in huis om de top te halen?!
Training en inzet
Internationale Topsport is slechts voor weinige sporters weggelegd. Sporters zien vaak niet duidelijk hoeveel energie ze moeten steken in het trainen om ooit die top te kunnen halen. Vele factoren bepalen of je de top haalt. Veel van die factoren kun je niet beinvloeden (trainers, ouders, weersomstandigheden, ongeluk, e.d.), maar een aantal factoren kun je ook wel beinvloeden. De belangrijkste factor is het vinden van de optimale balans tussen training en rust.
In Nederland is het voor veel badmintonners niet eenvoudig om voldoende trainingsbelasting te krijgen. En als je al voldoende belasting krijgt, heb je vaak nog te maken met meerdere trainers, en wordt het lastig om de belasting van de verschillende trainingen op elkaar af te stemmen. De tip luidt dan ook: Wijs als speler (badminton is vooral een individuele sport) indien nodig een trainer aan die jouw programma bepaalt (indien een bond of steunpunt dat niet voor je doet) en in de gaten houdt. Zorg daarnaast voor voldoende trainingsuren (in en buiten de zaal), indien dat niet voor je geregeld wordt. Training die je bijvoorbeeld prima zelf kunt uitvoeren zijn de fysieke trainingen aan de hand van een programma van je trainer.
De ervaring leert dat veel sporters wel genoeg talent hebben, maar een gebrek aan wil en inzet om het talent om te zetten in topprestaties ("training is te vroeg", "trainer is niet goed", "de bond regelt niet", "communicatie is niet goed"). De klagers zijn meestal de spelers die de top net niet hebben gehaald of gaan halen.
Training en overbelasting
Zeker in deze fase van het seizoen ligt overbelasting van spelers op de loer. In de perioden waarin gepiekt moet worden (nationale jeugdkampioenschappen) is de balans tussen belasting en belastbaarheid van spelers wel eens zoek. Overbelasting herken je o.a. aan:
- kleine blessures en pijntjes (aan bijvoorbeeld pezen en gewrichten)
- speler kan zich slechter concentreren
- speler maakt regelmatig onnodige fouten tijdens het trainen/wedstrijden
- speler ziet bleek, transpireert meer
- speler slaapt slechter, is meer geirriteerd, eet slecht
De meest eenvoudige oplossing is: RUST. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat een speler helemaal niet mag trainen, maar wel met een veel lagere intensiteit. Of gewoon even niet badmintonnen, maar fitnessen of iets dergelijks. Vaak wordt door trainers vergeten dat RUST een belangrijk element van training is. De zogenaamde supercompensatie (positief effect op de belastbaarheid na een intensieve training of trainingsperiode) plaats vindt tijdens een fase van RUST. Het grootste probleem is echter dat RUST voor elke speler heel erg specifiek is. Training is daarom ook vooral KUNST, naast KUNDE. Voor de trainer betekent dit o.a.: veel praten met de speler, ouders en eventuele andere trainers; kijken naar de spelers; trainingsplan maken voor hele seizoen (wanneer pieken, wanneer intensief trainen, wanneer rustig trainen, wanneer meer kracht, wanneer meer techniek, etc); spelers testen (matig presteren bij een test wordt mogelijk veroorzaakt door overbelasting).
Rugklachten en training
Van belang voor je rug is een goede zogenaamde rompstabiliteit. Daartoe is het voor de topsporter van belang om veel aandachtte besteden aan kracht- en coördinatietraining van je rug- en buikspieren. Om je benen en armen zo goed mogelijk te kunnenbewegen, vormt je romp de basis. Indien je daaraan onvoldoende aandacht besteed, is de kans op blessures groter. Op het Steunpunteisen we van alle spelers dat ze dagelijks minimaal 1x een blok oefeningen doen gericht op het verbeteren van de rug- en buikspieren.Een voorbeeld van een blok van dergelijke oefeningen:
25x rechte buikspier (ruglig, knieën gebogen)
20x bruggetje met één been (ruglig, billen van de vloer tillen)
25x schuine buikspier, zowel links als rechts (ruglig, 1 been gestrekt omhoog)
1x serie opdrukken (50% van het aantal dat je maximaal kunt)
20x schuine knipmes, zowel links als rechts (ruglig)
10x 3 sec superman (buiklig)
Bovenstaande oefeningen 2 of 3 series uitvoeren 's ochtends of 's avonds. Deze oefeningen zijn eenvoudig thuis uit te voeren,op de training kijken we tijdens de training en met behulp van testjes of de training naar wens wordt uitgevoerd.
Training en energie
Energiesystemen
Om te kunnen badmintonnen heeft het lichaam energie nodig. Er wordt onderscheid gemaakt in drie verschillende energiesystemen,waardoor spieren in het lichaam hun werk kunnen verrichten bij het slaan, lopen, springen, etc.
- alactische anaerobe energievorming: energie wordt gevormd uit stoffen in het lichaam, zonder dat er zuurstof nodigis. De activiteiten die hiermee mogelijk worden, kunnen slechts 10-20 seconden worden volgehouden. Alactisch betekent dater geen melkzuur vrijkomt, een stof die mede verantwoordelijk is voor een vermoeidheidsgevoel.
- lactische anaerobe energievorming: energie wordt gevormd zonder zuurstof en er komt een stof vrij (melkzuur) diezorgt voor vermoeidheid. Die vermoeidheid treedt op na 10-20 seconden (bij maximale inspanning).
- aerobe energievorming: energie wordt gevormd met zuurstof. Deze energievorming komt pas op gang na 1-2 minuten. Indiende inspanning te groot wordt gaat dit weer over in anaerobe energievorming, waardoor melkzuur vrijkomt. Bij deze energievormingwordt gebruik gemaakt van koolhydraten of vetten (marathonlopers bijvoorbeeld).
Uit allerlei onderzoeken blijkt dat badmintonners vooral gebruik maken van de eerste vorm van energie: alactisch, anaeroob.De meeste rally's duren immers niet langer dan 10 seconden. Tussen de rally's door wordt de energievoorraad weer aangevuld.De andere twee vormen van energievorming zijn wel van belang. Een totale wedstrijd duurt immers veel langer dan 10 seconden.
Alle energiesystemen kun je trainen/verbeteren. De eerste train je vooral door met een hoge inspanning van korte duuroefeningen te doen. De tweede train je door deze oefenvormen net iets langer vol te houden (15-30 seconden). De laatste trainje door inspanning van nog langere duur. De ideale combinaties van deze trainingsvormen zijn afhankelijk van o.a. de speler,tactiek, getraindheid, tijd van het seizoen en het oog van de meester (de trainer).
Knieklachten (info van Hans van Kuijk, sportarts)
Meest voorkomende klachten:
- springers knie: klachten aan onderste puntje van je knieschijf. Komt veel voor ten gevolge van overbelasting bij veel moetensprinten, springen, van richting moeten wisselen
- hardlopers knie: klachten aan buitenzijde knie, bij "knobbel". Een pees gaat steeds over deze knobbel en kan mogelijk klachtenveroorzaken.
- Patello-femoraal pijnsyndroom: pijn op, onder of rondom je knieschijf. Dit is deels erfelijk, maar ook bepaald door bijvoorbeeldoverstrekte knieën, X-benen of naar binnen gezakte enkels.
Bij bovengenoemde klachten kun je vaak een 4-tal fasen onderscheiden waarin de klachten optreden:
- beetje last, bij het begin van bewegen
- beetje last, bij begin van sporten
- last tijdens het sporten
- last tijdens het sporten maar ook in rust
Behandeling
- op tijd aandacht voor klachten (fase 2 en 3 proberen te voorkomen)
- zorgen voor goede balans tussen belasting en belastbaarheid en veel aandacht voor techniek- een patella-bandje of kniebrace of beter schoeisel
- aanpassen van lichaamshouding
- verbeteren van belastbaarheid van je lichaam (kracht, coordinatie, lenigheid)
Knieklachten die veroorzaakt worden door de groei, komen vaak niet meer terug indien ze eenmaal over zijn.
Drankjes (info van Hans van Kuijk, sportarts)
De mens is te vergelijken met een machine. De spieren zijn de motor, bloed en vaten vormen de brandstofleiding en het hartis de brandstofpomp.
Tot de brandstoffen behoren:
- Koolhydraten
- Suikers (fruit, vruchtensap, sportdrank)- zetmeel (brood, pasta, aardappels)
- Vetten
- Eiwitten (bouwstoffen van spieren, liever niet gebruiken als brandstof)
De suikers zijn snel beschikbaar en opneembaar, maar minder gezond. Zetmeel is minder snel opneembaar, maar wel gezonder.
Vocht is belangrijk bij presteren. Zodra je 1 a 2% vocht verliest (ca. half liter) wordt je prestatie minder, dus moetjevocht regelmatig aanvullen. Vocht verlies je vooral door te zweten. Bij prestaties langer dan 45 minuten, moeten ook de brandstoffen worden aangevuld. Tijdens inspanning kun je het beste snel opneembare brandstoffen (suikers) nemen. Liever drinken dan etendus. De snelheid waarmee suikers worden opgenomen wordt bepaald door de concentratie Koolhydraten. Ideaal is: 60-80 koolhydraten per liter vocht.
Koolhydraten aanvullen:
- tijdens inspanning: drankje met 60-80 koolhydraten per liter vocht (snelle brandstoffen)
- na inspanning: snel goede koolhydraten aanvullen (dus zetmeel, bijvoorbeeld de zogenaamde snack: rijpe banaan, ontbijtkoek,ligakoek, sultana, eierkoek, steeds in combinatie met water)
- dus geen wortels/komkommers e.d.
Voorbeelden van dranken:
Achter elk drankje staat: Koolhydraten//Energie(Kilojoules)//Energie(Kilocalorien)
- AA High Energy---165//2810//670
- Extran Energy---151//2550//600
- Dubbel Fris---100//1790//420
- Extran Fresh---79//1310//310
- Limonade siroop(1/10)---79//1310//310
- Dubbel Fris light---32//590//140
- Coca Cola light---0//8//2
Op basis van bovenstaande kun je dus zelf je keuze maken. Tijdens inspanning dus het liefst Extran Fresh of Limonade siroop.